Reliek H. Bernadette.

RELIEKEN Deel 1 Het woord ‘reliek’ komt van het latijnse ‘reliquere’, wat betekent ‘overblijven’. Relikwieën of relieken zijn stoffelijke overblijfselen van heiligen, of voorwerpen waarmee zij in aanraking zijn geweest. Het vereren van overblijfselen van heiligen kent binnen de rooms-katholieke kerk een lange geschiedenis. De eerste drie eeuwen van de kerk In de eerste drie eeuwen na Chr. waren de christenen een kleine minderheid in het Romeinse Rijk. Tijdens deze periode hielden de Romeinen nog aan hun staatsgodsdienst vast en waren de christenen meermaals het slachtoffer van vervolgingen. De gelovigen die weigerden het christendom af te zweren stierven bij deze vervolgingen. Zij werden door hun mede-gelovigen uitgeroepen tot martelaren. Vele martelaren werden een bron van inspiratie voor christenen. Bij de plekken van hun dood of van hun graf kwamen de gelovigen biddend samen. Zo kennen we de zeer oude gebruiken om in de catacomben op de graven de eucharistie te gaan vieren. Er is nog een andere lijn die dateert uit het vroege christendom. Door Gods toedoen verrichtte Paulus buitengewoon grote wonderen: zelfs de doeken en werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht zodat ze genazen en de boze geesten hen verlieten (Hand. 19,12). Daarvoor was het gebruik ook al bekend bij de joden (EX. 13,19…). De Israëlieten waren als een geordend leger uit Egypte weggetrokken. Mozes had het lichaam van Jozef meegenomen, omdat Jozef de Israëlieten plechtig had laten zweren dat te zullen doen. God zal zich jullie lot aantrekken, had hij gezegd en dan moeten jullie mijn lichaam van hier met je meenemen. Wij kennen ook het verhaal van de wondere en reddende kracht toen Elisa met de mantel van Elia op het water van de Jordaan sloeg, (1 Kon 2,14), of het verhaal van de opstanding van de dode die met het gebeente van Elisa in aanraking kwam (2 Kon 13,21). Zo werden relieken ook al vroeg wondere krachten toegemeten en als dusdanig vereerd. Hierin steekt echter een gevaar voor vormen van bijgeloof of idolatrie. Reeds in de 4e eeuw zien we reeds kerkelijke veroordelingen, bv bij de H. Jerome (+420). Vanaf de 4e eeuw Vanaf de vierde eeuw, met de bekering en de ‘vrede’ van Keizer Constantijn, mag het christelijk geloof in alle vrijheid beleden worden. Keizers en bisschoppen bouwen grootse basilieken op de graven van de martelaren. Hun relieken krijgen een plaats in deze nieuwe kerken. In het Heilige Land worden nu ook opeens overal relieken ‘gevonden’ o.a. door Helana, de moeder van de Keizer. Ze vindt het kruis van Jezus terug en laat een kerk bouwen die ingewijd wordt op 14 september, tot op heden het feest van kruisverheffing. Er zou ook nog gevonden worden: de kribbe, de tafel van het laatste avondmaal, de geselkolom, de zweetdoek waarmee Jezus’ gezicht is afgeveegd, de spijkers waarmee de Romeinen Hem hebben vastgenageld. Eind 8e eeuw zijn de catacomben zo verwaarloosd dat de paus de opdracht geeft de stoffelijke resten van de martelaren over te brengen naar de kerken en onder het altaar te begraven. Vanaf de 10e eeuw werd niet meer het ganse lichaam onder het altaar begraven , maar werd een kleinere reliek in de holte van het altaarblad gebracht. Ondertussen erkent de kerk ook gelovigen, omwille van hun bijzonder leven, als heilig ook al zijn ze niet de marteldood gestorven. Relieken zijn dus vooral tekens voor de gelovigen. Het zijn tastbare elementen die verwijzen naar heel concrete mensen, broeders en zusters in het geloof, voorgangers, die de gelovigen moeten inspireren in het navolgen of leerling zijn van Christus. De eucharistie wordt gevierd op hun graf of op hun relieken. Bij het aanbieden van het eucharistische brood hebben ze hun eigen leven aan de Heer aangeboden. Zij zijn ons voorbeeld. Middeleeuwse misgroeiingen In de middeleeuwen verschuift de aandacht sterk naar die eigen wondere kracht die relieken zouden bezitten. Ze zouden genezingen en ander wonderen verrichten. De populariteit steeg enorm. Vrome christenen maakten pelgrimages naar plaatsen waar belangrijke relieken werden tentoongesteld. Het bezitten van een belangrijke reliek werd derhalve economisch interessant of belangrijk voor een plaats. Om deze reden kwam er een handel in de heilige voorwerpen op gang. Relieken worden gekocht, geruild, geschonken en soms ook gestolen. In veel West-Europese kerken bevinden zich relieken uit Constantinopel, het huidige Istanbul, dat tijdens de vierde kruistocht in 1204 door christenen wordt geplunderd. De hele middeleeuwen door proberen de kerkelijke leiders de devotie rond relieken te controleren. Want er gaat inderdaad nogal wat mis. Het aantal relieken is ontelbaar geworden, er zijn geestelijken die pelgrims oplichten, en theologisch is er inderdaad best waakzaamheid bij deze volksdevotie. De kritiek op de reliekverering zwelt steeds verder aan. De humanist Desiderius Erasmus haalt aan het begin van de zestiende eeuw uit naar bedriegers die „de simpele gelovigen met een meer dan lachwekkende beschaamdheid hooi of stro uit een latrine of een schuur voorhouden om te kussen. Ook tonen zij uit een vuur gehaalde kolen, liegende dat Laurentius daarmee was gebraden.” De reformator Johannes Calvijn wijdt in 1543 zelfs een heel traktaat aan de verering van relieken. Met enkele pennenstreken ontmaskert hij het „bedrog” van Rome, wijst er fijntjes op dat overal in Europa dezelfde „overblijfselen” van Christus, Maria, de apostelen, martelaren en heiligen te vinden zijn. „Er is geen kerk zo klein, of zij heeft wel zo’n mierennest van beenderen en andere rommel.” Maar zijn belangrijkste bezwaar: de reliekverering leidt tot een vorm van afgoderij, omdat Jezus Christus alle eer wordt onthouden. Het Concilie van Trente zet een paar jaar later de puntjes op de ‘i’ van de reliekverering. Een nieuwe commissie, de Heilige Congregatie voor de Riten, krijgt de opdracht om te onderzoeken welke relieken in aanmerking komen voor verering en welke niet. Ze doen nauwkeurig onderzoek naar de herkomst van de verhalen over heiligen en relieken. En zo nodig geeft de congregatie een echtheidsverklaring af. Er is het absoluut verbod relieken te kopen of te verkopen. Deel 2 relieken vandaag Het Tweede Vaticaans Concilie herneemt: ‘In onze kerk is er een cultus die zich richt op heilgen. Binnen deze cultus kunnen authentieke relieken en afbeeldingen van deze heiligen vereerd worden’. Het zich richten tot de heiligen en het vereren van hun relieken is zeer oud en is een zeer sterke traditie in het volksgeloof. Het volksgeloofs draagt in zich een bijzonder gevoel voor religie die gerespecteerd moet worden. De kerk moet in haar pastraal handelen deze dynamiek rond haar sacramenten brengen. Waar de kerk het volksgeloof niet opneemt in haar bestaan, daar is er een reëel gevaar dat (enkel) de ‘commerce’ de vruchten zal plukken…. Waar de kerk de verering van heiligen ons verdiept en verbindt met Christus zijn we getuige van geloof, hoop en liefde. Een souvenir…. Een reliek is eigenlijk een souvenir. Dat vind je bij oud en bij jong. Van sommige mensen in ons leven bewaren we een souvenir, we doen het zorgvuldig en met eerbied. Het verbindt ons. Soms hebben we een souvenir van een gebeurtenis die me meemaakten, denk maar aan de polsbandjes van een concert. Sommige jongeren kunnen er nauwelijks van scheiden. Het verbindt. Soms brengen we een souvenir mee van een plaats waar we op reis of op bedevaart waren. Het verbindt. Relieken zijn ook souvenirs, ze verbinden. De protestanten waren omwille van de misgroeingen tegen de cultus voor de heiligen en de verering van hun relieken. Weet, dat ze uiteindelijk ook relieken hebben. Na de dood van de zestiende-eeuwse kerkhervormer Maarten Luther worden de plaatsen waar hij woonde en werkte belangrijke trekpleisters. Zijn volgelingen nemen graag een aandenken mee naar huis. In de lijst van een schilderij zitten een stukje tafelkleed uit Luthers geboortehuis in Eisleben, een fragment van een inktkoker uit zijn studeerkamer in Erfurt en een splinter van zijn tafel uit kasteel de Wartburg bij Eisenach. Relieken zijn souvenirs, ze verbinden. De cultus voor de heiligen en het vereren van hun relieken mag en kan de gelovigen verdiepen en verbinden met het leven van de heiligen, om op hun voorspraak en met hun hulp meer te groeien in het verdiepen en verbinden met Christus en het Evangelie. Relieken zijn souvenirs. Het woord ‘souvenir’ komt van het Latijn ‘Subvenire’ en betekent: ‘om te helpen’. Relieken nodigen uit tot ‘heiligheid’ Van 6 tot 14 oktober 2018 kwamen de relieken, van de H. Theresia van Lisieux en van haar ouders naar Noorwegen. Bisschop Bernt Eidsvig van Oslo schreef bij deze gelegenheid: Laten wij bij deze gelegenheid de vreugde van onze gemeenschappelijke roeping tot heiligheid herontdekken. Maar dat doel is onbereikbaar zonder de hulp van God en van de Kerk. Voor wie gelooft dat dit ideaal onbereikbaar is, kan de heilige Thérèse een ladder naar de hemel zijn. Met haar woorden ‘mijn roeping is liefde’, daagt zij ons allen uit om voor God te kiezen, ongeacht onze levensomstandigheden en onze kwaliteiten. Volgens haar kan slechts God onze dorst stillen. De relieken van de H. Bernadette in het bisdom Brugge. De H. Bernadette is een bekende heilige. Ze is geboren in Lourdes in 1844. Het is een arm gezin en tegenslagen zijn hen niet vreemd. Haar moeder moet haar aan een voedstermoeder in Bartres toevertrouwen wegens een verbranding van haar borsten. Gezondheid is niet haar grote troef. Studeren is moeilijk. Zelfs de studie van de catechismus, noodzakelijk voor de communie, is een zorg. Een tijd lang eist haar voedermoeder haar terug op. Bekend uit die periode is Bernadette het herderinnetje bij de schaapsstal. Wanneer ze 12 jaar is verschijnt de Onbevlekt Ontvangenis’ aan haar aan de grot van Massabielle. Op groot applaus moet ze op dat moment niet rekenen. Vier jaar later in 1862 worden de verschijningen dan toch officieel erkend. Nog eens vier jaar later treedt Bernadette in bij ‘des sœurs de la Charité’ in Nevers. Ze leeft er zeer teruggetrokken, eenvoudig en nederig. Ze is amper 35 wanneer ze sterft. In 1933 wordt ze heilig verklaard. Het jaar 2019 werd toegewijd aan de H Bernadette. Haar relieken werden doorheen heel wat bisdommen in Frankrijk gebracht. Thans komen ze in 2020 naar de Belgische bisdommen. De relieken zullen de grens oversteken in Poperinge en daarna verder in het bedevaartsoord van Dadizele verblijven. Vervolgens gaan ze verder doorheen ons land. Het vereren van haar relieken getuigt van ons geloof in Verrijzenis en de gemeenschap van de heilgen. Bovendien nodigt het ons uit om naar de heilige op te kijken en zoals Bernadette een instrument te worden in de handen van God. Wij maken van dat verlangen een gebed op haar voorspraak en vragen de nodige hulp, moed en kracht. De heiligen van wie wij de relieken vereren zijn vaak onze ‘vrienden’. Daarom kloppen we ook zo gemakkelijk bij hen aan met onze zorgen. Er is het vertrouwen dat vrienden er zijn voor elkaar. Relieken herinneren ons eraan dat het vergankelijke lichaam van de mens de tempel van de H. Geest mocht zijn. De heilige was als een ‘brandglas’ dat het licht van de Vader in vele kleuren onder ons laat stralen. De heilige roept deze H. Geest over ons af. Dit gaat over vriendschap. Een vriendschap die ons samen doet zeggen: ‘Marantha, kom Heer Jezus.’ De komst van de relieken van de heilige Bernadette, dat gaat over die vriendschap….
Patrick Degrieck